Gerben Wierda, Zuidlaren

‘Op het moment dat ik in november een Zwarte Piet zie, trap ik hem hoogstpersoonlijk op zijn gezicht’, zei rapper Akwasi in zijn toespraak op 1 juni 2020 tijdens de Black Lives Matter-demonstratie op de Dam. Dit is opruiing en daarmee strafbaar, oordeelt het Openbaar Ministerie. Maar omdat de rapper publiekelijk afstand neemt van zijn opruiende woorden, wordt de zaak voorwaardelijk geseponeerd. Die redenering van het Openbaar Ministerie gaat er bij mij niet in.

Waar het om gaat, is dat de rapper een uitspraak doet over Zwarte Piet. Had hij hetzelfde gezegd over Marokkanen, dan zou hij zijn vervolgd. Ook omgekeerd, ik durf te beweren dat Wilders niet zou zijn vervolgd als hij had gezegd: ‘Willen jullie in dit land meer of minder Zwarte Pieten?’

Zo ver zijn we in dit land gezonken. Opruiing wordt niet vervolgd, mede dankzij de eenzijdig linkse NPO en overige journalisten. Wat opvalt aan Akwasi, is zijn ondankbaarheid. Hij heeft als kind van Ghanese immigranten alle kansen gekregen in Nederland. Hij krijgt de ruimte zich te vereenzelvigen met zijn donkere kleur (‘Ik wil terug naar de roots van mijn huid en mijn bloed’, zei hij tegen tegen NRC), een vrijheid die de oorspronkelijke inwoners van ons land niet hebben. Hij wordt positief gediscrimineerd door de media en mag daar alles zeggen.

Bij een vermoeden van etnisch profileren van immigranten die worden verdacht van een misdrijf, roepen de media direct schande. Maar met hun etnisch geprofileerde voorkeursbehandeling van Akwasi en andere donkergetinten, hebben de MSM geen probleem.

Deel ON: