Het is een bekend probleem: Vergrijzing. De ‘babyboom’ generatie wordt ouder en gaat met pensioen. Doordat deze generatie relatief weinig kinderen had, maar wel een hogere levensverwachting heeft in vergelijking met de voorgaande generatie, zorgt dat voor druk op de schatkist. Ze krijgen langer pensioen uitbetaald, en er zijn minder werkenden om de verzorgingsstaat te financieren. 

Het systeem stort in elkaar 

Ouderen werken niet meer, maar kosten juist bakken vol geld qua pensioen, AOW, en zorgkosten. Dat moet betaald worden door de huidige werkende beroepsbevolking die belasting betaalt en netto bijdraagt aan de schatkist. Iemand in de bijstand, of iemand die extreem veel zorgkosten heeft en weinig werkt, zorgt niet voor een netto contributie. Iemand die gezond is en veel werkt, en dus ook veel belasting betaalt en weinig ontvangt vanuit de overheid, heeft wel een positieve netto contributie. De staat is van zulke personen afhankelijk om de begroting rond te krijgen. Er zijn mensen nodig die meer betalen dan dat ze ontvangen, om de verzorgingsstaat in stand te houden. Als er daarvan te weinig zijn, moet de overheid geld gaan lenen. Geld lenen kan wel een tijdelijke oplossing zijn, maar geen permanente. Uiteindelijk bereik je een punt waar de staatsschuld zo gigantisch is, dat het hele systeem in elkaar stort. Geld lenen om te consumeren, zal nooit tot rijkdom leiden.

Is immigratie de oplossing?

Nu komt het argument regelmatig voorbij dat we migranten nodig hebben om de vergrijzing tegen te gaan, en daarmee de verzorgingsstaat kunnen redden. (zie voorbeelden 12345) De vergrijzing draait echter niet om leeftijd, maar om netto contributie. Natuurlijk kan immigratie in theorie ook bij die contributie helpen. Als al die immigranten jong zijn en gaan werken, dragen ze financieel bij. In theorie een logische redenering. Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, schrijft dan ook in een Tweet ‘Om die druk te weerstaan kunnen we langer doorwerken (dus een hogere pensioenleeftijd) of meer arbeidsmigranten opnemen. Met z’n allen meer uren gaan werken, en dus minder in deeltijd is het enige alternatief.’ Om het probleem van vergrijzing op te lossen, moeten we of meer uren werken, of later met pensioen, of arbeidsmigranten opnemen. Langer doorwerken doen we al, want de pensioenleeftijd is verhoogd. Het stopt de vergrijzing dan wel niet, maar het zorgt er wel voor dat mensen langer nettobetaler zijn, en pas later netto-ontvanger. Meer uren werken zorgt ervoor dat we tijdens onze productieve periode een grotere positieve netto impact hebben. Van Mulligen legt hier weinig nadruk op immigratie als oplossing, maar tegelijkertijd benoemt hij het wel. En dan is de vraag, is dat eigenlijk wel een oplossing? Toch een belangrijke vraag, want voor veel mensen is langer doorwerken een nachtmerrie, en meer uren draaien onwenselijk. Migranten vormen de makkelijkste oplossing, waarbij de Nederlander zelf niet extra zou hoeven te werken. 

Een negatief saldo

Daar komen we terug bij het probleem van een netto contributie leveren. Niet elke immigrant doet dat namelijk. Sterker nog, veel immigranten zijn netto een last voor de overheid. Ze kosten meer dan ze opleveren. Dat geldt vaak ook voor de tweede of derde generatie. Zulke migranten vormen dus geen oplossing voor de vergrijzing, ze versterken het probleem juist. Jan van de Beek duidt in het rapport ‘Grenzeloze Verzorgingsstaat’ dat enkel arbeidsmigranten een positief netto effect hebben. Daar heeft van Mulligen dus gelijk in zijn uitspraak, maar de meeste mensen zien de significantie van het specifieke soort migrant dat van Mulligen noemt niet in. Het betekent namelijk dat asielmigranten, gezinshereniging, en studenten als groep allemaal een negatief saldo opleveren. Een vluchteling uit Afghanistan gaat ons dus niet helpen bij de vergrijzing, hij gaat er niet voor zorgen dat we niet langer hoeven door te werken.

Daarbij komt dat arbeidsmigranten uit sommige regio’s succesvoller zijn dan anderen. Een bijkomend probleem is dat een arbeidsmigrant vaak wordt gevolgd door een gezinshereniging, wat het positieve saldo juist weer in de min kan trekken. Een arbeidsmigrant uit bijvoorbeeld Afrika kan een licht positief saldo hebben, maar als zijn vrouw vervolgens ook migreert, verandert het in een sterk negatief saldo. Van de Beek et al. schrijven daarom “Houdt men … rekening met de kosten van gezinsmigratie (volgmigratie), dan is vanuit de schatkist bezien alleen arbeidsmigratie uit Noord-Amerika, Oceanië, de Britse eilanden, Scandinavië, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, Spanje, Israël, India, Singapore, Taiwan, Zuid-Korea en Japan ondubbelzinnig positief.”  Oftewel, alleen arbeidsmigranten uit die landen vormen een oplossing voor onze vergrijzing. Ze komen vrijwel allemaal uit Westerse of hoog-ontwikkelde Aziatische landen. Landen die zelf ook rijk en welvarend zijn. Het grootste deel van de migranten in Nederland komen uit andere regio’s en hebben dus een netto negatief saldo. De conclusie van het rapport is dan ook dat immigratie Nederland heel veel geld kost. Iets dat zoveel geld kost, kan nooit de oplossing vormen voor een financieel probleem.

Uitholling verzorgingsstaat

Ons migratiebeleid in de huidige vorm zal ervoor zorgen dat de pensioenleeftijd nog verder omhoog moet. Het zal ervoor zorgen dat we nog meer uren moeten gaan draaien. En het zal voor een verdere uitholling van onze verzorgingsstaat zorgen. Ons migratiebeleid is reactief, we reageren en nemen de mensen op die hierheen willen komen. We zijn niet proactief, we nodigen niet de mensen uit die een positieve netto impact zullen hebben. We filteren niet of nauwelijks op wie er binnen komt. 

We kunnen ons immigratiebeleid aanpassen en enkel migranten toelaten waarbij we statistisch gezien kunnen verwachten dat ze ons een positief saldo gaan opleveren. Op die manier kunnen we immigratie erkennen als oplossing voor de vergrijzing. Dat betekent echter geen asielzoekers en geen gezinshereniging. Alternatief kunnen we inzien dat we immigranten toelaten tot Nederland uit barmhartigheid en het feit dat we deze mensen een fijn Nederlands leven gunnen, wetende dat het ons geld kost. Als we zo medelevend en barmhartig willen zijn, moeten we echter ook de volgende vraag stellen. Hoeveel levens zouden we kunnen redden met het geld dat we besparen door de grenzen te sluiten, en dat geld te investeren in de armste regio’s van de wereld? We zouden ongetwijfeld meer levens kunnen redden, dan door het verlenen van asiel in Nederland. Is dat dan niet barmhartiger? 

Naïef of bedrog

Waar we in ieder geval mee moeten ophouden is doen alsof immigratie zoals we die nu hebben een oplossing vormt voor vergrijzing. We kunnen bij het immigratievraagstuk kiezen tussen dure barmhartigheid of winstgevende restricties. Pretenderen dat onze barmhartigheid winstgevend is, is ofwel extreem naïef, ofwel schaamteloos bedrog.